Clubreis 2010
HET ZWARTE WOUD (Duitsland) –
10 tot 18 juli 2010

Met 91 waren we toen we vertrokken naar Königsfeld, nabij Triberg. De zon was vanaf de eerste dag van de
partij. Heel wat kilometers werden gewandeld, lastige beklimmingen en al even zware afdalingen overwon-
nen en dikke zweetdruppels parelden van onze voor-hoofden. We kunnen terugblikken op een zeer geslaag-
de weekreis. Wie erbij was vertelt er wellicht over.

Wie er niet bij kon zijn, is mogelijk curieus naar de kleine verhaaltjes over het gebeuren. Opnieuw zorgt de
goede sfeer, de groepsgeest en het vakantiegevoel er-voor dat er lang zal worden nagepraat over de weekreis
van 2010.

 

Foto's Andre Heerman

Foto's Ingrid Pannekoeke

Foto's Sylvain Brouwier

Foto's Willy Devisscher

Foto's Freddy Schamp

Verslag van enkele Padstappers

Na enkele jaren op vrijdagavond te zijn vertrokken, wegens een verre bestemming, werd er dit jaar terug geopteerd om ’s morgens vroeg te vertrekken. Zaterdag om 4u30 waren de eersten reeds paraat, zo zijn we het immers gewoon. Iedereen klaar om er opnieuw een leuke week van te maken. De plaatsen werden ingenomen, de koppen geteld en we konden vertrekken, ware het niet dat er toch nog één persoon ontbrak. Onze voorzitter, Koen, die ons kwam uitwuiven, ging in allerijl aanbellen en ontdekte een slapende Padstapper. Snel in de kleren en met wat vertraging konden we op weg.
Via hoofdzakelijk snelwegen bereiken we snel de Duitse grens en konden het
Zwarte Woud binnenrijden. De 91 Padstappers werden verwacht in Gutach, waar
we eerst een lekkere maaltijd kregen en daarna een bezoek mochten brengen aan
het Voghtsbauernhof. Dit plaatselijke Bokrijk werd met gedeelde interesse bezocht.
Niet dat het niet interessant genoeg was, maar met een temperatuur van ongeveer
38° C snakten de meesten naar een koele plaats. Nadien reden we door naar het
hotel, vrij groot, met diverse gebouwen, waar we allen van een ruime kamer
mochten genieten.

Op de eerste wandeldag stonden de watervallen van Triberg op het programma. Direct klimwerk en de eerste druppels parelden reeds op de voorhoofden, eens boven wat uitpuffen en we konden verder. De skischans van Schönach liet ons op
onze benen daveren. Prachtig uitzicht dat wel, maar wanneer je op twee latjes naar beneden glijdt vergt dit alvast veel training met vallen en opstaan. Op de middag werden we verwelkomt in het Reinertonishof. De dame des huizes liet ons direct proeven van hun zelf gestookte schnaps en ‘lekker dat da was’. De plank met vlees vulde de magen ruim voldoende om verder te genieten van de
wandeling. Eens Triberg bereikt, konden we nog wat nagenieten van onze eerste wandeldag. De temperatuur was draaglijk en de halve liters bier smaakten naar meer, kortom, de vakantie was goed ingezet. Op dag twee trokken we naar een prachtig natuurgebied, de Gauchachslucht geselde onze gewrichten. Uitstekende boomwortels, losliggende stenen, oneffen paadjes, kortom, alles was er om te genieten. Meer zelfs, na 4 uur wandelen in volle natuur bereikten we de Burgmühle. De waard des huizes wist niet wat hem overkwam, zeker was dat alle drank was opgebruikt. Hij kon nieuwe inkopen doen.
Intussen ontdekten we dat we er ook konden logeren. Een kamer met ontbijt
bedraagt er 20 euro. Wie een bedwassche wil, betaalt extra 4 euro. Een luxe van
formaat, je laten wassen voor slechts 4 euro door … Of zou er toch een addertje
onder het gras zitten? Nadien trokken we verder door de Wutachschlucht, nu meer
klimwerk, maar bredere paden. Opnieuw uren wandelplezier zonder een stinkende
motor of eens langs een brede weg te moeten wandelen. We bereikten Boll, de
plaats waar de kortste afstand vertrok voor een luswandeling. Iedereen kon nu al
een pintje verdragen. Het plaatselijke café, uitgebaat door een jonge dame, die net
80 was geworden beleefde ook al de dag van haar leven. Alle frigo’s leeg en ramp o ramp, dreigende onweerswolken troepten samen. Geen nood, de postbus kon ons naar Bonndorf brengen. Wij namen echter onze eigen bus en de onweerswolken, ze dreven weg.

Na een verkwikkende nachtrust, de afkoeling zat daar mogelijk voor iets tussen,
mochten we vandaag naar Neukirch en Furtwangen. In het verleden bleek de club
er al eens geweest te zijn en de ontmoeting tussen Kurt en de hoteluitbater bleek
hartelijk. We kregen opnieuw heel wat wandelplezier. Om het iedereen naar zijn zin te maken werd er besloten in drie groepen te gaan. Sylvain mocht de langste
afstand onder zijn hoede nemen. De plaatselijke snoodaards hadden er echter niet
beter op gevonden om daar een woonzone neer te planten. De kaart en de
omgeving stemden niet overeen en opnieuw ramp o ramp, de groep verdwaalde,
verloor tijdelijk een lid en kwam uiteindelijk met heel veel verhaal toch aan in de
Hexenlochmühle. De beide andere groepen passeerden intussen Balzer Herrgott en bereikten zonder noemenswaardige problemen de Hexenlochmühle. Het
middageten werd voorzien in Gasthof Ochsen. Peter, de hoteleigenaar liet ons de
plaatselijke specialiteiten proeven en alles werd overgoten met een schnaps. De
sfeer zat erin, was het de warmte, de alcohol, de kilometers van de voorbije dagen
of een andere reden, weinige bleken nog goesting te hebben om verder te
wandelen. Er werd beslist om met de bus naar Furtwangen te rijden en daar wat
verder te genieten.

Intussen was het reeds woensdag, de zogenaamde rustdag. We trokken met z’n
allen naar het bloemeneiland Mainau. Bij aankomst mochten we al direct kennis
maken met een overvliegende Zeppelin. Het eiland laat ons genieten van een
pracht aan bloemen en planten. Een tropische serre zorgt er dan weer voor dat we
prachtige vlinders kunnen bewonderen. Gelukkig was het buiten warm en vochtig
genoeg om onze bezwete kledij snel te drogen. De tropische temperaturen en
vochtige omgeving deden ons bijna snakken naar een verfrissende pint bier of een hete koffie om alles toch maar in evenwicht te krijgen. Marianne had intussen een plaatsje gevonden waar ze de voetjes een verfrissend, maar aan haar gezicht te zien, deugddoende beurt kon geven.

Donderdag zou letterlijk onze hoogdag worden, we trokken met z’n allen naar het
hoogste punt, namelijk de Feldberg. Na heel wat discussies omtrent de
moeilijkheidsgraad, de zwaarte en de mogelijke kansen op succes werd de juiste
tocht door de meesten aangevat. We konden het parcours moeilijk vergelijken met
Slovenië, maar zoals Kurt op voorhand waarschuwde, de afdalingen waren vrij
technisch, de klimmetjes waren pittig, kortom, leute en plezier voor elk wat wils.
Op de middag kregen we een lekkere lunch, waar blijft men het toch steeds vinden.
Iedereen moet voldaan geweest zijn en we konden op weg, ofwel te voet, ofwel
met de bus naar Titisee. Zou het aan de plaatselijke bewegwijzering hebben
gelegen of de overvolle maag, feit is dat de langste afstandswandelaars opnieuw
dienden beroep te doen op de belbus. Wij van onze kant genoten van de terrasjes,
wat winkelen en wat zonnen, kortom sportelen, zoals het hoort.

Op vrijdag, onze laatste dag in Schwarzwald, genoten we van een plaatselijke
wandeling in de buurt van het hotel. De langste afstandwandelaars hadden er
duidelijk zin in, zij trokken de kop. Op weinige afstand gevolg door de anderen, die
het liever iets rustiger deden. Onderweg genoten we van de kleine dingen des
levens, een gezellig pintje, een leuk plaatsje of gewoon wat nakeuvelen met de
vrienden Padstappers. Onze reisleider had het blijkbaar moeilijker, lichtjes in de
wind mocht hij zijn laatste speech houden. Toch moeten we besluiten dat onze
organisatoren het opnieuw goed hebben gedaan. Ondanks dat we allen wandelaars
zijn, wisten ze opnieuw elke dag iets uit de hoed te toveren om de meest
veeleisende wandelaar aan zijn trekken te laten komen.

Op zaterdag ging het natuurlijk huiswaarts, met een stop in Straatsburg werd voor de nodige rustpauze van de chauffeurs gezorgd. In Overijse wachtte ons nog een smakelijk afscheid.
Enkele bestuursleden verwelkomden er ons en na het lekkere avondmaal, konden we alweer dromen en gissen voor komend jaar. Eén ding staat vast, wij zullen er opnieuw bij zijn.

Enkele tevreden Padstappers.


Het liep bijna fout in het Zwarte Woud


Op dinsdag 13/7 vertrokken we ’s morgens met de bus,
voor een wandeling en dit keer was het geen kleine klus,
dus werd het eigenlijk een grote lus.
Want wat we toen nog niet wisten, dat onze kaartlezers zich gingen vergissen.
We waren al vlug de weg kwijt, tot sommigen hun groot jolijt.
Na veel zuchten en klagen besloten we toch maar de weg te vragen.
Er kwam gelukkig een dame naar ons toe, het was net niet ons grootmoemoe.
Zij toonde ons de weg op de kaart en zo waren we terug paraat.
We stapten straat in, straat uit maar we geraakten er maar niet uit.
Tot opeens onze dame terug verscheen met haar wagen, dus gingen we het haar terug vragen.
Op dat moment was Paul onze redder in nood, en sprong als een jong veulen aan boord.
We namen van dit feit nog vlug een portret voor de wandelgazet.
Paul stak nog zijn vuist in de lucht en nam toen met die dame de vlucht.
Na enkele minuten overleg vonden we met de rest van de groep dan toch de weg.
Nu belde Mireille naar Kurt om het goede en slechte nieuws te melden.
Het goede nieuws was: we hadden de weg gevonden!
Het slechte: Paul was misschien al vastgebonden!
We waren hem nog altijd kwijt, tot onze grote spijt.
Wat was er gebeurd? Was zijn broek gescheurd?
We wisten het echt niet meer, zagen we hem nu maar vlug weer.
En dan opeens, zagen we de dame met Paul passeren,
Paul zat lachend in haar wagen te paraderen.
Waren ze elkaar in het Duits aan het plagen,
of waren ze ook over de juiste weg aan het zagen?
Verder in de straat zijn ze gaan keren en toen stopte ze,
om ook Paul verder te laten marcheren.
Mireille was echter niet gerust, en heeft Paul moeten controleren op alle onderdelen.
Gelukkig was alles nog intact en hadden we weer contact.
We zetten allen samen onze weg verder zonder problemen tot den noen
om toen ons verhaal aan Nelly te kunnen doen.
Het was weer een prachtige dag met veel gelach.
Dit echt en waar gebeurd verhaal werd geschreven door twee Padstappers voor het leven.
Patrick & Marianne